Bijleren op BADAFF
Als je stage loopt bij ATELIER dada dan proberen Kelly & Geert je in zoveel mogelijk nieuwe indrukken onder te dompelen. Zo vroegen ze mij vorige week: “Kom je mee naar BADAFF?” Ja, duuuh! Geen haar op mijn hoofd dat daaraan twijfelde.
Het hielp natuurlijk ook dat Geert zijn zoon Merlijn Troch en zijn vriend Raoul Heuvinck (Pollak furniture) er ook tentoonstelden. Die zijn amper ouder dan ik. Dus dat wilde ik wel eens zien.
Deze editie vond plaats op de Arsenaalsite in Gentbrugge. Een oude treinloods waar ik als tiener meer dan eens binnensloop om graffiti te spuiten.
__ Maar genoeg over mijn semi-criminele tienerjaren, laten we het nu over BADAFF hebben.
Gewapend met een mysterieus drankje
Aan de ingang werd er meteen een glas champagne, cava, bruiswijn (?) in mijn handen geduwd. Dus gewapend met dat fancy glas en mijn lief onder mijn arm was ik er helemaal klaar voor.
Klaar om me voor te doen als rijke kunstverzamelaar die op zoek is naar een nieuw werk voor zijn vierde buitenverblijf in de Provence. Of… realistischer: klaar om als een wandelende spons alles in me op te nemen.
Is het kunst of is het design?
First things first: wat is nu eigenlijk het verschil? De objecten die vertrekken vanuit esthetiek, of voorwerpen met een randje, da’s kunst. Design daarentegen start altijd bij praktisch nut. Het moet ergens voor dienen.
En toch. Voor mij waren zelfs de boeken die er lagen kunst.
__ Ik hoor je denken: Nee Loris, een boek is gewoon een boek. Maar hear me out.
Als grafisch designer kijk ik daar anders naar. Het gaat niet alleen om wat er in dat boek staat. Het gaat om hoe het gemaakt is, de lay-out, de keuzes, het ontwerp. Is dat dan geen kunst op zich?
Ze zeggen wel eens: “Art is in the eye of the beholder.” Dus waarom kiezen? Vind je het kunst, dan is’t gewoon kunst.
Een succesvol kunstenaar is ook een verkoper
Wie kunst wil maken, moet ook goed kunnen verkopen. Dat werd me meteen duidelijk, want de kunst zelf? Die vond ik dubbel. Bij sommige werken dacht ik: “Wow. Dit is het mooiste dat ik ooit heb gezien.” Bij andere: “Als dit kunst is, is mijn oma de paus.”
En nee, dat is niet beledigend bedoeld. Integendeel: dat is juist wat ik zo fascinerend vind aan de kunstwereld. Dat iemand een simpel houten plankje grijs kan schilderen, er €500 voor kan vragen en er tegelijkertijd een statement mee maakt… Wie het dus goed kan uitleggen, kan bijna alles kunst noemen.
__ Merci Duchamp, voor je omgekeerde piscine.

Er bestaan geen fouten, alleen ‘happy accidents’
__ Wijze woorden van Bob Ross die ik hier schaamteloos overneem.
Handwerk en imperfectie zijn helemaal in. Dat merk je meteen. Het gaat niet om strak, netjes of gecontroleerd. Het gaat om experimenteren en durven fout gaan.
Een voorbeeld daarvan is Victor Verhelst, mijn nieuwste held. De kleuren, de compositie, de lijnvoering, de pixelachtige stijl van zijn werk… Alles sprak me aan. Uniek, vernieuwend, maar toch vertrouwd, alsof hij precies wist wat ik wilde zien. Of ‘Sting me’ van Sebastiaan Van Doninck. De combinatie van aquarel en potlood voelde nostalgisch, veilig, maar ook speels. Een beetje als een knipoog naar de boekjes uit mijn kindertijd. Het kleurgebruik deed denken aan Monet, het licht surrealistische randje liet alles open voor interpretatie.


Zelf werk ik vooral 2D en meestal digitaal. Daar gaat eigenlijk iets van het toeval van het medium verloren. De zogezegde ‘fouten’ die je krijgt als je met stof, textuur, keramiek of verf werkt, verdwijnen een beetje. Maar die imperfecties geven een werk extra betekenis. Daar zit de vernieuwing.
__ Happy accidents, mensen. Fouten maken is een vibe.
Is ‘slechte’ keramiek de nieuwste trend?
Handwerk is in, dat wisten we al. Maar de echte trendwatchers hebben het ondertussen al gespot, en ook Kelly en Geert zagen het op DDW’25, keramiek is echt trendy.
Vooral de ‘slechte’ keramiek waar Geert het altijd over heeft. Lerry Ceramics bijvoorbeeld. Niet letterlijk slechte keramiek, maar zo’n stijl die je steeds vaker ziet: een beetje raar, scheef, niet perfect afgewerkt,... En jawel, ze stonden op BADAFF. En sinds we Lerry Ceramics vorig jaar op het kantoor bij Hoste Van Hee leerden kennen, ook bij ons op kantoor.
Daar verloor de meeste keramiek zijn functie en werd het echt kunst. Een beetje als voorwerpen met een identiteitscrisis. Koffietassen die je niet handig kan vasthouden, kommetjes die niet stabiel zijn, borden met gezichten in, en een kandelaar die meer weg heeft van beeldhouwerk.
Peoplewatching is ook kunst
Niets leuker dan naar mensen kijken. Op BADAFF was dat eigenlijk al een show op zich. Daar waren de outfits bijna net zo kunstzinnig als de werken aan de muur: vol kleur en rare combinaties. Andere bezoekers leken dan weer net van hun kantoorjob bij KBC te zijn weggelopen, strak in pak.
Maar de winnaar van de avond was overduidelijk: een W-cartoons + paint hoodie uit de Herfst/Winter 2021-collectie “FUTURE PROOF” van Walter Van Beirendonck.
__ Je moet het maar eens opzoeken ;)

Imposter syndrome? Da’s nonsens!
Na een dikke twee uur voelden we ons een beetje sardientjes in blik. Nog één laatste rondje, nog een gratis glaasje, en dan terug naar huis.
__ Jawel, licht aangeschoten, maar met een hoofd vol nieuwe inspiratie.
In de koude buitenlucht van Gentbrugge besefte ik dat BADAFF me iets had meegegeven dat ik er niet had verwacht te vinden: een kans op introspectie. Ik maak kunst om een gevoel op te roepen waarvoor woorden tekortschieten.
Alleen het impostor syndrome blijft me achtervolgen. Dat stemmetje dat zegt dat ik nog niet klaar ben, dat anderen het beter doen. Maar dat stemmetje was ook aanwezig bij elke kunstenaar in die loods, alleen hebben zij ermee leren omgaan.
En nu mijn stage bijna afgelopen is, is het ook voor mij tijd om ermee te leren omgaan. Want geloven in je eigen werk is geen arrogantie, het is een noodzaak. Als jij zelf niet in jezelf gelooft, waarom zou iemand anders dat dan wel doen?
Laat een reactie achter
Opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd